Vogels en vleermuizen

Vogels

Vogels hebben zo hun eigen verblijf-, voedsel- en broedgebieden en windturbines kunnen daarin een storende factor zijn. Vogels zouden immers in aanvaring kunnen komen met de windturbines, het kan hen meer tijd en energie kosten om uit te wijken voor de windturbines, en vogels kunnen het park sowieso willen mijden.

Om de effecten voor vogels te beperken, zijn beschermende bepalingen van kracht. Die regels zijn onder andere vastgelegd in de Flora- en faunawet en in de Natuurbeschermingswet.

Uit een onderzoek dat het Wereld Natuur Fonds heeft laten doen, blijkt overigens dat van alle vogels die door menselijk handelen om het leven komen een zeer beperkt aantal sterft als gevolg van windturbines.

Voor de vergunningsaanvraag worden deze gevolgen onderzocht en vastgelegd in een rapportage en voorgelegd aan de gemeente. Zie ook de procedure van energiepark Daarle.

Vleermuizen

Vleermuizen leven vooral in bossen en minder vaak in het open veld. Om vast te stellen hoe het is gesteld met de vleermuispopulatie in een bepaald gebied, heeft het voormalige ministerie van LNV het vleermuisprotocol vastgesteld.

Als er vleermuizen voorkomen in een gebied dat is aangemerkt voor de realisatie van een windturbinepark, moet worden gekeken of er mogelijk effecten zijn op de vleermuizen. Daarvoor kan dan een Natuurbeschermingswetvergunning en/of een Flora en Faunawet ontheffing nodig zijn.